Van smart city naar intelligent community: vergeet de factor mens niet

Het concept ‘smart city’ verdient een heroriëntering. Een betere term is ‘intelligent communities’. Voor een leefbaardere wereld moeten we niet alleen de fysieke stad zelf maar ook de verbindingen digitaliseren.

De menselijke factor

Een stad ‘behangen’ met technologie is nooit een doel op zich, en bovendien nauwelijks leefbaar. De mens en zijn gedrag spelen daarvoor een te grote rol.

Het Internet of Things en big data voorzien onze fysieke leefomgeving van een virtuele laag. Die laag biedt inzichten die we voorheen niet hadden. Op basis van die inzichten kunnen we sturen, optimaliseren, beschermen, verbeteren of anderzijds ‘slim’ handelen. We noemden dit tot voor kort niet voor niets de ‘smart city’.

Zichtbare infrastructuur

Tot op heden zijn toepassingen voor smart city’s vooral gericht op duidelijk zichtbare, fysieke zaken: infrastructuur, gebouwen, verkeersstromen. Sensoren meten de drukte op wegen, brengen mensenmassa’s in kaart en visualiseren de CO2-uitstoot van fabrieken of energieverbruik van gebouwen. Maar onder die zichtbare oppervlakte spelen nog veel meer factoren een rol in de leefbaarheid van een stad. Denk aan zaken als gezondheidszorg en onderwijs, maar ook aan allerlei logistieke processen als afvalstromen en voedselstromen.

Deze processen trekken zich bovendien niets aan van de fysieke stadsgrenzen. Steden zijn geen afgezonderde eilanden maar staan op allerlei manieren in verbinding met de regio, het land en soms zelfs de rest van de wereld. Bovendien zijn die processen niet enkel afhankelijk van slimme inrichting ‘van bovenaf’, maar hangen ze sterk samen met het gedrag van mensen. Die bepalen immers wat ze eten, wat ze weggooien, hoe gezond ze leven, en waar en welk onderwijs ze genieten.

Trash Track: afvalstromen in kaart

Deze processen vragen dan ook om een andere, uitgebreidere aanpak waarbij we verder kijken dan de stad zelf en de factor mens centraal stellen. Een goed voorbeeld is het project ‘Trash Track’. Onderzoekers plaatsten gps-chips op willekeurige stukken afval, om zo de afvalstromen in kaart te brengen. Afval is typisch een verschijnsel dat zich weinig aantrekt van stadsgrenzen. Sterker nog: sommige stukken afval bleken na analyse het hele continent te doorkruisen. Bovendien was het niet zelden twee weken onderweg voor het een rustplaats vond. Weinig efficiënt en zeker niet ecologisch verantwoord: het maakt pijnlijk duidelijk dat er op dit gebied nog een wereld is te winnen.

Dit probleem kun je op twee manieren aanpakken. Een typische technologische smart-citybenadering is om de afvalstromen zelf te optimaliseren. Bijvoorbeeld door optimalisatie van de logistiek het aantal afgelegde kilometers drastisch te verminderen. Maar die aanpak ontbeert een belangrijke factor: het gedrag van de mens. Visueel inzicht in waar die plastic flessen heen gaan creëert bewustwording rondom het onderwerp en legt daarmee de basis voor gedragsverandering.

Crowdsourcing

Een andere manier om bewoners actief te betrekken bij dergelijke processen, is door hen een cruciale rol te laten spelen bij het verzamelen van de gegevens. Dat fenomeen heet crowdsourcing. Een goed voorbeeld is de navigatieapp Waze. Deze app navigeert je niet alleen van A naar B, maar houdt ook rekening met bijzonderheden op de route. Denk aan files, omleidingen, afzettingen. In tegenstelling tot concurrerende oplossingen worden knelpunten en andere bijzonderheden niet op basis van sensorinformatie bepaald. De app is voor zijn realtime input afhankelijk van alle Wazers, de gebruikers van de dienst. Zij delen bovendien benzineprijzen en zorgen zo gezamenlijk voor kostenreductie van je dagelijkse rit naar het werk.

Een ander voorbeeld is de Franse app Tranquilien. Deze voorspelt op basis van geschiedenis de drukte in treinen tot drie dagen vooruit. Reizigers kunnen bovendien realtime aangeven hoe vol de trein op dat moment is. Die menselijke input verbetert de nauwkeurigheid en actualiteit van de data. Uiteindelijk zorgt de app voor een betere verdeling van drukte, met als gevolg minder volle perrons en treinen.

Gezamenlijke gedragsverandering

Het klinken als simpele voorbeelden die vooral handig zijn voor de individuele gebruiker. Maar dergelijke toepassingen tonen pas hun ware kracht door de gedragsverandering die ze teweegbrengen. Wanneer mensen daadwerkelijk kiezen voor andere routes of reistijden en zo de doorstroming verbeteren, kun je daadwerkelijk spreken van een ‘intelligent community’.

De hierboven beschreven principes van big data en crowdsourcing zijn bovendien ook op allerlei andere voor de stad en de regio belangrijke processen toepasbaar. Denk bijvoorbeeld aan een slimmere distributie van lokaal voedsel, betere inzet van hulpdiensten en effectievere gezondheidszorg. Zolang we de factor mens niet vergeten, is technologie tot mooie dingen in staat.

 

Stephen Chadwick

Managing Director at Dassault Systèmes
Stephen Chadwick is Managing Director voor Noord-Europa bij Dassault Systèmes.